Meer over mos

Wat is mos?

Mossen zijn niet-bloeiende planten die sporen produceren en stengels en bladeren hebben, maar geen echte wortels.

Mossen zijn oeroude planten en gaan 450 miljoen jaar terug in de tijd en hebben een reeks drastische klimaatveranderingen overleefd en overleefd. Er bestaan zo’n 25.000 soorten mossen en ze komen voor op elk continent en in elk ecosysteem dat bewoonbaar is voor planten die zonlicht gebruiken voor energie.

Mossen, en hun neven levermossen en hoornmossen, worden geclassificeerd als Bryophyta (bryofyten) in het plantenrijk. Binnen de plantenwereld zijn de bryofyten de op één na meest diverse groep, alleen overtroffen door de angiospermen, de bloeiende planten

Ficus Pumilia, kussenmos, en draadmos

De rol van mos in de natuur

Mossen zijn een belangrijke schakel in ecosystemen: ze produceren zuurstof, beschermen tegen erosie, scheppen een gunstig microklimaat voor ontkieming van allerlei soorten zaden en vruchten en bieden leefruimten aan vele kleine insecten.

Mossen kunnen de temperatuur van de bodem beïnvloeden door deze zowel op te warmen als af te koelen, afhankelijk van de omgeving. Op warme plaatsen kunnen ze boomwortels beschermen door de bodem te beschaduwen en te isoleren tegen hoge temperaturen. 

In het noordpoolgebied hebben ze een tegenovergesteld effect op de temperatuur. Ze kunnen voorkomen dat de warmte van de zon de grond bereikt en de snelheid waarmee de ontdooi van vermindert, en het langer koel blijft

Mossen spelen ook een essentiële rol in de ontwikkeling van nieuwe ecosystemen. Ze behoren tot de eerste planten die verstoorde gebieden koloniseren, zoals wanneer een gebied ontbost is of getroffen is door bosbranden. Ze stabiliseren mee het bodemoppervlak en houden regenval vast, waardoor nieuwe planten kunnen groeien.

Acrocarpous en Pleurocarpous mos

Alle mossen kunnen in twee types onderverdeeld worden: Acrocarpous en Pleurocarpous

Acrocarpous mossen groeien langzaam, en voornamelijk in een opwaartse richting zonder veel vertakkingen.

Pleurocapous mossen groeien een stuk sneller, en groeien voornamelijk in platte “matten”

Over het algemeen zullen pleurocarpus mossen een constante vochtigheid of zelfs volledige onderdompeling in water overleven, terwijl acrocarpus mossen af en toe een droge periode nodig hebben om niet te beginnen rotten. Pleurocarpus groeit ook significant sneller dan de andere soort – onder ideale omstandigheden kunnen ze op een half jaar in massa verdubbelen.

Mossen hebben geen wortels

In plaats van wortels, hebben mossen rizoïden, kleine haarachtige structuren. Hun belangrijkste functie is het verankeren van de plant aan rotsen, schors of aarde. 

Hoewel sommige mossen hun voedingsstoffen via deze rizoiden opnemen, halen de meesten hun vocht en voedingsstoffen uit regen, water, en lucht via hun absorberende oppervlakken door middel van diffusie.

Hierdoor zijn mossen in staat om gebieden te bezetten die anders onbewoonbaar zouden zijn, zoals rotsachtige richels op berghellingen. 

Dit houdt ook in dat, in tegenstelling tot “gewone” planten, mossen géén specifiek substraat of bemesting nodig hebben in een vivarium, zoals potgrond. De meeste voorkomende mossen voor een mospot gedijen echter wel beter in een iets zuurdere omgeving.

Mossen spelen ook een essentiële rol in de ontwikkeling van nieuwe ecosystemen. Ze behoren tot de eerste planten die verstoorde gebieden koloniseren, zoals wanneer een gebied ontbost is of getroffen is door bosbranden. Ze stabiliseren mee het bodemoppervlak en houden regenval vast, waardoor nieuwe planten kunnen groeien.

Veerkrachtig

Verschillende soorten hebben zich aangepast om in extreme omstandigheden te overleven. Studies hebben aangetoond dat de laagste temperatuur waarbij ze kunnen fotosynthetiseren (energie uit zonlicht omzetten in voedsel) rond de -15ºC ligt en de hoogste rond de 40ºC.

In hete omgevingen, zoals prairies of woestijnen, verdragen mossen hitte onder andere door te gaan slapen. Wanneer ze uitgedroogd zijn, kunnen ze de hitte veel beter overleven dan wanneer ze gehydrateerd zijn. 

In koude omgevingen maken mossen gebruik van het microklimaat laag bij de grond, en sommigen produceren zelfs hun eigen soort antivries.

Sommige mossen zoals Syntrichia caninervis kunnen zelfs Mars-achtige omgevingen verdragen met straling, koude, en droogte.